« Heer, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?”
Hoor je de onrust in deze vraag? Hoor je de onzekerheid van de leerlingen?
Er zijn al veertig dagen voorbij sinds Pasen.
Veertig dagen lang hebben ze geleefd met de verrezen Christus.
Ze hebben met Hem gesproken, gewandeld, gegeten.
Ze hebben gehoord over het Koninkrijk van God.
Dat had hen gerust kunnen stellen. Dat had hen hoop kunnen geven.
En toch…
Op deze dag brengt Jezus hen terug naar de Olijfberg.
!!! de Olijfberg !!! De plaats waar ze Hem hebben verlaten.
Je voelt hun ongemak.
En daar zegt Hij: Wacht. Wacht op de belofte. Wacht op de Heilige Geest.
Hij brengt hen terug naar een pijnlijke plaats…
maar niet om hen vast te houden in het verleden.
Hij laat hen zien: Ons verhaal is niet geëindigd bij jullie falen.
Er begint iets nieuws. De kracht van de Geest opent een nieuwe toekomst.
Waarom dan deze bezorgde en uiteindelijk misplaatste vraag?
« Heer, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?”
(Hand. 1:6)
Christus heeft 40 dagen met hen gesproken over het Koninkrijk van God, en zij spreken over het “herstellen” van het koninkrijk voor Israël.
Waar Christus opent naar de nieuwheid die God in ieders leven tot stand brengt, spreken de leerlingen over “herstellen voor Israël”: terugkeren naar wat in het verleden bestond, naar een vaste troon, naar een politiek koninkrijk waarin zij vrij, autonoom en onafhankelijk kunnen zijn, waarin zij kunnen heersen over iets dat beheersbaar is omdat het bekend is. En zij willen dit NU.
Geduldig, met begrip, opent Jezus opnieuw hun horizon, zodat zij er hun plaats in kunnen vinden:
« Het is niet aan jullie om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden» (Hand. 1:7)
De tijd behoort aan God, zowel in zijn lineaire dimensie (Chronos – de tijd die verstrijkt) als in zijn doorbraakmomenten (Kairos – het ogenblik dat zich aandient en gegrepen moet worden).
Dit alles ligt in Gods handen, behoort Hem toe, maakt deel uit van zijn Mysterie en vraagt van ons onderscheiding, luisteren en… vertrouwen.
De tijd die aan God toebehoort, gaat vooruit, naar zijn vervulling, in een ontplooiing van zijn Aanwezigheid die veranderingen en kansen begeleidt en de voltooiing voorbereidt aan het einde der tijden.
« Van U is de toekomst», verkondigen wij op deze feestdag, op verschillende manieren.
Laten we dan de vraag die deze tekst ons op de dag van de Hemelvaart aanreikt, ernstig nemen: wat is onze verhouding tot de tijd? Is het een angstige verhouding of een vertrouwensvolle?
De leerlingen lijken een angstige verhouding tot de tijd te hebben, zoekend naar controle en beheersing (en wie kan hen dat verwijten?), terwijl Christus uitnodigt tot vertrouwen.
En wij? Wat hebben wij gedeeld en ontdekt tijdens de gesprekken en workshops van vandaag?
De vraag naar het hiernamaals. het einde van het leven , de eco-theologische bezorgdheid, de toekomst gezien door jongeren, de toekomst van onze VPKB… dit alles spreekt over onze verhouding tot de Tijd… over de manier waarop wij onze plaats zien en onze bijdrage aan het getuigenis van de Kerk in een wereld die onder druk staat, die zich mediatisch en politiek opjaagt en de kleinen verplettert in haar functioneren.
Hoe kunnen wij onze verhouding tot de tijd “evangeliseren”, door haar te bekijken in het licht van de woorden, het handelen, het leven, het lijden, de dood en de verrijzenis van Christus, om zichtbaar te maken van welke God van genade wij leven?
Want ons leven en onze uitstraling – persoonlijk, familiaal, gemeenschappelijk en kerkelijk – worden bepaald door de manier waarop wij ons verhouden tot de tijd die God voor ons ontvouwt.
Laten we niet vergeten dat God in de Bijbel een lineaire tijd ontvouwt, met een perspectief, een bestemming, een doel, die ons bevrijdt van de destructieve herhaling van de cyclische tijd waarin “hetzelfde” steeds terugkeert, dagen en levens verplettert en elke diepgang en smaak ontneemt, een tijd die ons opslorpt zonder hoop op iets nieuws.
De Bijbel richt ons op een voltooiing, waarin God alles in allen zal zijn.
En in deze “tussentijd” wordt onze weg gemarkeerd door die doorbraakmomenten (Kairos) die God voor ons voorbereidt, opdat wij zout der aarde en licht van de wereld zouden zijn, dragers van zijn Geest, bouwers van vrede en verzoening, dragers van liefde en van een Woord dat leven geeft.
Daarvoor moeten wij afzien van controle en beheersing, van het willen doen herleven van een verleden dat vandaag voorbij is, en binnentreden in het vertrouwen dat Hij de Heer van de Tijd blijft en dat de dingen gebeuren op zijn ritme, volgens zijn wil.
Het gaat niet om passiviteit of onverschilligheid – enkel om onze stappen af te stemmen op de zijne: soms versnellen, soms vertragen.
Zoals in de gelijkenis van Marcus 4 gaat het om vertrouwen: het zaad dat in de aarde is gezaaid laten groeien onder het bestuur van de God van het leven. Het gaat erom de Heer van de Tijd het gras, de aar en het graan te laten doen groeien… MAAR aanwezig te zijn wanneer de vrucht rijp is om te oogsten.
De Tijd behoort aan God, die leven geeft en projecten, acties en hun uitvoering begeleidt.
Wat ons toekomt, als gelovigen en als VPKB, is luisteren, onderscheiden in de Kerk, trouw, gehoorzaamheid, en vreugde in de gezamenlijke dienst om getuigen te zijn tot aan de uiteinden van onze aarde.
De beloofde Geest zal ons gegeven worden!
Amen
Ds Isabelle Detavernier
Voorzitster VPKB

